In gesprek met minister De Jonge: ‘Je kunt alleen óver mensen praten als je ook mét ze praat.’

Met het programma Volwaardig leven zet minister Hugo de Jonge in op goed geregelde zorg en ondersteuning voor mensen met een beperking en hun naasten. Wat is het doel van het programma? En wat hoopt hij over 2 jaar met het programma bereikt te hebben?

Interview Hugo de Jonge

U lanceerde afgelopen oktober het programma Volwaardig leven. Hoe is (het idee voor) dit programma ontstaan? En waarom is dit programma nodig?

De gehandicaptenzorg is een ontzettend mooie sector waar veel gebeurt: er werken mensen die goed doorhebben wat een cliënt en zijn omgeving nodig hebben en dat ook bieden. Dat is wat me steeds weer opvalt als ik in het land op werkbezoek ben. Maar tijdens die bezoeken hoor ik ook dat er nog volop kansen zijn om de zorg te vernieuwen en te verbeteren. Soms komen er signalen binnen dat de zorg nog niet altijd aansluit bij de veranderende vraag van mensen met een beperking. En er zijn meer uitdagingen, zoals het opschalen van technologische mogelijkheden, het arbeidsmarktvraagstuk en het terugdringen van administratieve lasten. Met het programma zet ik een forse extra stap om de gehandicaptenzorg en de complexe zorg voor mensen met een beperking toekomstbestendig te maken.

Wat is het doel van het programma?

In het kort zegt de titel van het programma alles: Volwaardig leven. Mensen met een beperking moeten volledig deel uitmaken van onze samenleving. In die samenleving moeten ze goed kunnen leven, zich op hun plek voelen. Dat vraagt om toekomstbestendige zorg: die is persoonsgericht, biedt meer passende plekken voor de echt complexe zorgsituaties en ontzorgt naasten. Want we moeten ook de mensen die zorg verlenen hierbij betrekken, al die professionals en familieleden die dag en nacht klaarstaan.
 

Het programma richt zich dus zowel de mensen met een beperking, als de naasten en de zorgprofessional. Waarom op al deze groepen?

Dit zijn de mensen om wie het gaat. Zij bepalen wat iedere dag nodig is en waar behoefte aan is. En dan moet je naast de mensen met een beperking ook aandacht vragen voor hun naasten. Dat zijn niet alleen mantelzorgers, vertegenwoordigers of zorgvragers. Het gaat ook om ouders, broers of zussen, partners. Zij zorgen voor een dierbare, dat kost tijd en energie. Hun rol willen we daarom meer zichtbaar maken en erkennen, bijvoorbeeld met de voorstelling ‘Lastige Ouders’. Als je die zichtbaarheid en erkenning vergroot, kun je naasten nog beter ontzorgen.

Hoe worden deze groepen zelf betrokken bij de samenstelling van het programma?

Het uitgangspunt is: je kunt alleen óver mensen praten als je ook mét ze praat. Al deze groepen weten uit ervaring wat nodig is om de zorg echt toekomstbestendig te maken, dus we kunnen niet zonder hen als we flinke stappen willen zetten. In het programma denken zij actief mee, bijvoorbeeld bij de voorstellen die aanbieders hebben gemaakt voor het vernieuwingsprogramma ‘Begeleiding a la carte’. Op 15 mei, tijdens het landelijke congres, zijn zo’n 50 voorstellen gepitcht door aanbieders en cliënten, waarbij professionals en naasten meehielpen de voorstellen te beoordelen. Daarnaast is er een klankbordgroep in het leven geroepen waar 19 mensen aan meedoen die professional, naaste en/of cliënt zijn. Zij denken met mij mee over hoe we het programma verder kunnen vervolmaken. Ik kijk uit naar hun adviezen en scherpe blik.

Het programma bestaat uit drie actielijnen. Hoe wordt daar invulling aan gegeven?

Samen met de zorgkantoren werken we aan het creëren van 100 extra plekken om voor complexe zorgsituaties passende zorg te organiseren. Daarbij worden ambulante teams in de regio georganiseerd, zodat we instellingen kunnen helpen bij zeer complexe zorg.

Daarmee willen we voorkomen dat zorgprofessionals het hele weekend aan het rondbellen zijn om een plek te zoeken. Of dat iemand onnodig van plek naar plek moet verhuizen. Ook investeren we fors in het versterken van de implementatie van bestaande technologie, wat kan bijdragen aan betere zorg. Daarnaast zijn we aan de slag met vijf pilots specialistische cliëntondersteuning om te leren hoe we het ondersteunen van cliënten en hun naasten met een specifieke zorgvraag nog beter kunnen inzetten.

En we starten rond de zomer met zo’n 40 aanbieders met een vernieuwingstraject om te werken aan eigentijdse oplossingen voor persoonsgerichte zorg. Al deze en nog meer acties uit het programma dragen eraan bij dat de zorg voor mensen met een beperking meer toekomstbestendig wordt.

Wat hoopt u over 2 jaar met het programma bereikt te hebben?

Dat het programma een bijdrage heeft geleverd aan het verbeteren van de kwaliteit van leven van mensen met een beperking die levenslang en levensbreed zorg en ondersteuning nodig hebben.

Dat hun naasten zich meer gesteund voelen dan vroeger. En dat de professionals trots zijn op wat ze waarmaken. Als dat lukt, als we samen de gehandicaptenzorg en complexe zorg meer passend en toekomstbestendig kunnen maken, dan hebben we echt het verschil gemaakt.

Hoort bij

  • Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport