‘Toen kwam de bekende lach en wist hij weer wie wij waren’

De coronacrisis is voor iedereen een moeilijke tijd, maar naasten van iemand met een beperking hebben het nog wat zwaarder. Soms maanden niet op bezoek kunnen, dagelijkse zorg die opeens wegvalt en speciaal onderwijs dat niet doorging; het trekt een flinke wissel, maar levert ook bijzondere momenten op. We vroegen vijf naasten die we het afgelopen jaar spraken naar hun ervaringen. Dit is het verhaal van Annejet Viehoff uit Groningen. Vorig jaar vertelden zij en haar man Kees Frenay in dit portret over hun zoon Casper (33), die ernstig verstandelijk beperkt is en in de zorginstelling Nieuw Woelwijck woont. Hoe gaat het nu met ze?

Annejet en Kees
©Ministerie van VWS

‘We hebben Casper een week of twaalf niet gezien. Nieuw Woelwijck ging al vrij snel op slot, nog voor de landelijke lockdown. Ik moet een slagje om de arm houden, want ik kan niet in zijn hoofd kijken, maar ik denk niet dat Casper heeft beseft dat we al die tijd niet zijn geweest. Hij heeft waarschijnlijk niet het vermogen om aan ons te denken. Hij zal zich zeker niet hebben afgevraagd waar we bleven of wat er aan de hand was. Het leven is voor hem wat zich op een dag aandient, meer niet.

Als Casper zijn dagelijkse patroon heeft, is het voor hem prima

Voor bewoners die het wél hebben beseft was het anders. Zij misten hun ouders of naasten uiteraard erg. Dat heeft Nieuw Woelwijck mooi opgepakt. Er was een bewoonster die de hele dag mopperend rondliep, tot een verzorgende haar vertelde dat hij zijn ouders óók niet mocht zien. Dat maakte het voor haar al een stuk draaglijker. Maar Casper heeft zoiets niet nodig. Als hij gewoon zijn vaste dagelijkse patroon heeft, dan is het prima.

Wij hebben de bezoeken zelf uiteraard wel gemist. Ik ga normaal gesproken elke week. Dan zie ik niet alleen Casper, maar ben ik ook in dat fijne dorp dat Nieuw Woelwijck is. We gaan dan koffie drinken, als het maar even kan buiten. Al die mensen die je kent lopen dan langs en maken een praatje. Het is gewoon een tweede thuis. Dus ik vond het heel jammer om Casper niet te zien, maar ook dat ik daar niet kon zijn. Ik moet wel zeggen dat de tijd voorbij is gevlogen. In die zin viel het weer mee.

Met positieve gevoelens blijven kijken, zonder nodeloos drama. Daardoor kun je elkaar even boven de dagelijkse misère uittillen.

Dat kwam ook omdat we door Nieuw Woelwijck heel goed op de hoogte werden gehouden over wat er allemaal gebeurde. Ze hebben alles ook zo veel mogelijk in aangepaste vorm gewoon laten doorgaan, zoals het vieren van feestdagen. De tweewekelijkse koffieconcerten werden intern uitgezonden. Op moederdag en vaderdag gingen ze met een camera bij alle groepen langs, zodat iedereen even kon zwaaien of een liedje kon zingen. Dat werd gestreamd op de website. Zo zagen we niet alleen Casper even, maar ook alle anderen.

Het streven daar is: het leven gaat door, ook als er corona is. Het dorp staat er wel bij stil, maar het maakt er samen met de bewoners en hun naasten iets moois van. Met positieve gevoelens blijven kijken, zonder nodeloos drama. Daardoor kun je elkaar even boven de dagelijkse misère uittillen en worden de onderlinge banden alleen maar sterker. Achter de schermen is er uiteraard ontzettend hard gewerkt en zal het zwaar zijn geweest, maar het gevoel dat blijft is dat we het met zijn allen toch maar mooi hebben gedaan.

Je kon aan Casper zien dat het kwartje niet meteen viel

Er is in Nieuw Woelwijck één coronageval geweest. Die bewoner moest worden verzorgd door mensen in beschermende kleding. Dat was voor de anderen misschien nog wel vervreemdender en angstaanjagender dan de ziekte zelf. Er zijn uit voorzorg voor mensen met een zwakke gezondheid ook een paar bewoners met griep in quarantaine gezet. Casper is fysiek heel gezond. Hij is wel eens verkouden, maar dat is het eigenlijk wel. We zijn over hem geen moment echt bezorgd geweest. Hij kan wel wat hebben.

Toen we onlangs weer op bezoek mochten, konden we nog niet naar de groep. Daarom waren er in de grote theaterzaal allemaal gezellige zitjes gemaakt waar we koffie konden drinken. Je kon aan Casper zien dat het kwartje niet meteen viel. Hij keek ons aan met zo’n blik van ‘wie zijn dat ook alweer’. Toen hebben we zoals altijd een lange wandeling gemaakt, en daarna kwam de bekende lach en wist hij het wel weer. Het was tegelijkertijd als vanouds en heel anders. Maar het was vooral erg fijn om daar weer te zijn en al die mensen weer te zien.

Zijn dát nou de dingen waar we het over moeten hebben?

Deze crisis heeft me wel weer aan het denken gezet over wat nu écht belangrijk is in het leven. Wij zijn er best makkelijk doorheen gerold, maar er zijn natuurlijk mensen die een dramatische tijd achter de rug hebben. Ik denk ook dat we daar als maatschappij een les uit kunnen leren voor een eventuele tweede golf. Dáár moet het denk ik over gaan, en niet over bijzaken waar ik met stijgende verbazing naar heb zitten kijken. Dat gedoe over heropening van de terrassen, het gemopper, jongeren die roepen dat ze ‘gestraft’ worden omdat ze geen biertje mogen drinken in het park. Nou ja zeg, denk ik dan, zijn dát nou de dingen waar we het over moeten hebben?’

Dit verhaal is onderdeel van ‘Naasten in beeld’ van het programma Volwaardig leven. Hiermee werken we aan meer erkenning, begrip en waardering voor naasten van mensen met een beperking. Hun verhalen geven de samenleving inzicht in het dagelijks leven van naasten en de dilemma’s waar zij mee te maken hebben. Dit draagt bij aan toekomstbestendige gehandicaptenzorg.