‘Corona is stom, zegt ze. En ze vraagt wanneer het voorbij is’

De coronacrisis is voor iedereen een moeilijke tijd, maar naasten van iemand met een beperking hebben het nog wat zwaarder. Soms maanden niet op bezoek kunnen, dagelijkse zorg die opeens wegvalt en speciaal onderwijs dat niet doorging; het trekt een flinke wissel, maar levert ook bijzondere momenten op. We vroegen vijf naasten die we het afgelopen jaar spraken naar hun ervaringen. Dit is het verhaal van Annelieke Selbach, wijkmanager in Etten-Leur. Vorig jaar vertelde ze in dit portret over de zorg voor dochter Jade (14), die het syndroom van Down heeft. Hoe gaat het nu met ze?

Annelieke Selbach 2
©Ministerie van VWS

‘In de carnavalsvakantie ben ik met mijn gezin nog naar nota bene Bergamo gevlogen. Het was 23 februari en er was nog niet zo veel over Noord-Italië bekend, maar op het vliegveld daar werd wel al onze temperatuur gemeten. Mijn kinderen vroegen: wat is hier nou aan de hand? Ik had nét een berichtje gelezen over het opduiken van het coronavirus in Italië, dus ik zei tegen ze dat we maar een beetje moesten oppassen.

Alle dierbaren om haar heen, dat vindt ze súpergezellig

Jade was die week bij mijn moeder en schoonouders. Dat maakte het iets relaxter, want ik ging natuurlijk verwoed op internet zoeken naar informatie en nieuws, en ik werd wel een beetje zenuwachtig dat we daar zaten. Eenmaal thuis kwam al snel het advies om thuis te werken als je in Italië was geweest. Een week later zat Brabant in lockdown en nog een week later het hele land. Dus wij zaten eigenlijk van het begin af aan thuis.

Er was nog wel school, maar Jade is chronisch verkouden, dus die bleef ook al snel thuis. Dat vond ze heel leuk. Ze gaat graag naar school, maar alle dierbaren om haar heen, dat vindt ze súpergezellig. Voor haar kon het niet lang genoeg duren. Ze vond het wel erg dat ze niet mocht kroelen en niet mocht logeren bij opa en oma. En dat afstand houden vindt ze ook niets. Dat benoemt ze ook. Corona is stom, zeg ze dan. En ze vraagt wanneer het voorbij is. Dan zeg ik maar dat het nog wel even duurt.

Ik zei tegen haar: het is een bijzondere en soms vervelende tijd, maar we kunnen ook leuke nieuwe dingen leren.

Ze vindt het lastig te bevatten, maar ze weet wel wat besmettelijk is. Ze begrijpt ook dat het een heel heftige ‘griep’ is, waardoor je in het ziekenhuis kunt komen. Dat stukje kon ik wel uitleggen. En omdat ze het thuis zo fijn vond, legde ze zich ook makkelijk bij het nu neer. Ik zei tegen haar: het is een bijzondere en soms vervelende tijd, maar we kunnen ook leuke nieuwe dingen leren. Fluiten, dat wilde ze graag kunnen. En haar veters strikken. Het is nog niet gelukt, dus die doelen hebben we maar even losgelaten.

Mijn jongste twee kinderen pakten het thuisonderwijs makkelijk op, maar Jades school heeft er niet heel veel aan gedaan. Ik denk dat er meer mogelijk was geweest en had gemoeten. Deze kinderen moeten zich net zo goed blijven ontwikkelen. We hebben er daarom zelf aan gewerkt, en we merkten dat ze met een aanbod op maat best grote sprongen kan maken. Dat is wel positief. Maar we hadden niet altijd de mogelijkheid. Ik moest ook gewoon 30 uur per week werken.

Een bepaalde rust is fijn, maar ik kon echt geen bos meer zien

In mijn werk had ik ook met coronaproblemen te maken. Ik ben veel met eenzame mensen bezig, en die groep had het nog zwaarder dan vóór de crisis. We benaderden ze actief om het contact niet te verliezen, maar er sloegen toch mensen door. Ze werden niet meer gespiegeld en draaiden vast in zichzelf, zagen het einde van de wereld naderen. Ik werd ook betrokken bij corona-buurtruzies. Die zijn er écht. Verder was de voedselbank dicht, en was ik druk bezig de gevolgen daarvan op te vangen. Er was echt veel werk.

Ik ben door de crisis het gezin extra gaan waarderen. Het is hechter geworden. Maar óók mijn eigen ruimte. Toen Jade weer naar school was en ik het huis even voor mezelf had wist ik niet wat me overkwam. Even niet zorgen, even lekker alleen. Ik heb ook veel dingen geschrapt, want ik wil niet doorgaan in dezelfde hectiek als voor corona. Bezinningstijd heb ik ruim genomen. Veel wandelen, mediteren. Maar na de eerste drie maanden was ik er wel klaar mee. Een bepaalde rust is fijn, maar ik kon echt geen bos meer zien. Ik wil er ook weer uit nu. Naar zee, op een terras zitten, met vrienden naar muziek luisteren. Terug naar normaal.’

Dit verhaal is onderdeel van ‘Naasten in beeld’ van het programma Volwaardig leven. Hiermee werken we aan meer erkenning, begrip en waardering voor naasten van mensen met een beperking. Hun verhalen geven de samenleving inzicht in het dagelijks leven van naasten en de dilemma’s waar zij mee te maken hebben. Dit draagt bij aan toekomstbestendige gehandicaptenzorg.