Techniek maakt leven van mensen met beperking leuker en eenvoudiger

‘Ik ben veel zelfredzamer dankzij de app waarmee ik alles in huis bedien’, vertelt Anne Hendriks, die spastisch is. Nieuwe technologieën maken het leven van mensen met een beperking leuker en eenvoudiger. En innovaties nemen zorgprofessionals veel werk uit handen. Met de Innovatie-impuls wil het ministerie van Volksgezondheid het gebruik van zorgtechnologie stimuleren. Een cliënt en een zorgprofessional aan het woord over robots, spraakherkenning en sensoren.

Zeehond Paro is zacht en reageert op aanrakingen en verzorging.  De robot is ontwikkeld voor bijvoorbeeld mensen met een beperking. Medewerkers van de Baalderborg Groep stonden niet te springen om het robot-dier uit te proberen. Maar toen ze zagen hoe blij de cliënten op het ‘huisdier’ reageerden, werden ze enthousiast, vertelt Mariëlle Medema, werkzaam bij het Lab Over Technologie (LOT) van de Baalderborg Groep.

‘De gehandicaptenzorg zou techniek moeten omarmen; meer dan nu gebeurt’

De reactie op Paro is maar een voorbeeld van de terughoudendheid waarmee zorgprofessionals vaak reageren op technische vernieuwingen, zegt Medema. Onwetendheid en angst voor minder ‘persoonlijke’ zorg spelen daarbij een rol. En dat terwijl techniek mensen met een beperking meer zelfredzaam maakt, hun nachtrust kan verbeteren en mogelijkheden geeft om zichzelf meer te uiten.  En technische innovaties kunnen medewerkers veel tijd besparen. Medema: ‘De gehandicaptenzorg moet techniek omarmen, meer dan nu gebeurt.’

Dat vindt ook Anne Hendriks. Hendriks werkt voor Academy Het Dorp, opgericht om slimme oplossingen voor mensen met een beperking samen met cliënten/ervaringsdeskundigen, zorgprofessionals, bedrijven en kennisinstellingen te ontwikkelen, onderzoeken en implementeren. Ze is spastisch en woont zelfstandig met behulp van 24-uurs zorg.

Veel apparaten - televisie, de lampen, het bed en de deuren - bedient Hendriks met een app. ‘Deze kan ik aanpassen aan mijn behoeften. Het scheelt veel zorg; vroeger moest ik voor allerlei kleine handelingen de zorgmedewerker oproepen.’ Ook spraakherkenning op de smartphone en de e-reader hebben haar leven een stuk eenvoudiger gemaakt.

Technologie is niet eng of bedreigend en maakt de zorg niet onpersoonlijk, stelt Hendriks. ‘Ik ervaar zelf vooral meer autonomie. Ik blijf toch altijd op een bepaalde manier afhankelijk, alle technologie die me minder afhankelijk maakt, daar word ik alleen maar blij van. En eerlijk gezegd: voor de sociale contacten heb ik niet persé een zorgmedewerker nodig, daarvoor heb ik ook vrienden en familie.’

Techniek in de nachtzorg

Mariëlle Medema en haar collega’s van het Lab Over Technologie zoeken voortdurend naar nieuwe snufjes. Ze hebben nu 58 producten en toepassingen die ze op aanvraag uitlenen aan zorgmedewerkers en cliënten.  ‘Zodra we iets zien dat interessant kan zijn voor onze cliënten en medewerkers, proberen we het uit.’

Zo kocht ze een GPS-tracker bij het Kruidvat. ‘We hadden een jongetje met een beperking dat regelmatig wegliep. Hem op het terrein achter het hek houden ging zijn moeder te ver. Met zo’n GPS-tracker konden we hem traceren als hij weg was en contact met hem maken. Er zat zelfs een noodknop op voor als hij in paniek raakte.’

Ook de nachtzorg kan baat hebben bij techniek. Medema, die zelf zes nachtdiensten per maand draait: ‘Door camera’s en geluidherkenning hoeven we geen vaste ronden meer te lopen. We gaan alleen langs als we denken dat een cliënt echt iets nodig heeft.’

Niet elke innovatie is na een test een succes. Medema kocht voor haar werkgever eens een app waarin mensen met autisme hun dagschema kunnen bijhouden. ‘Best een mooi appje. Maar bewoners vonden de ‘gewone’ agenda-app van Apple beter.’

Anne Hendriks

Behoeften van mensen met een beperking

Hendriks vindt dat fabrikanten zich bij de ontwikkeling van producten meer in mensen met een beperking moeten verdiepen. ‘Ze vragen mij regelmatig een nieuw product te testen. Maar dan merk ik vaak dat ze te weinig hebben gekeken naar de behoeften van een bepaalde groep mensen met een beperking.’ Ooit probeerde Hendriks een robot uit die allerlei dagelijkse handelingen kon verrichten, zoals voedselverpakkingen openen. ‘Maar hij kon geen dingen van de grond oprapen, terwijl dat juist voor veel mensen met een lichamelijke beperking een uitkomst zou zijn.’

Niet alleen medewerkers van zorginstellingen maar ook cliënten zijn soms terughoudend om techniek te gebruiken. ‘Veel mensen met een beperking vinden het interessant, maar haken te snel af,’ zegt Hendriks. ‘Ze nemen er weinig tijd voor. Of ze willen dat iets gelijk 100% aan hun wensen voldoet. Terwijl ik vind dat je ook een innovatie die maar voor 20% in jouw behoeftes voorziet, een kans moet geven.'

‘Technische toepassingen in de zorg zijn onontkoombaar. En ik hoop dat steeds meer instellingen dat ook zo gaan zien.’

Wat is er nodig om technische toepassingen te stimuleren in de gehandicaptenzorg? Medema denkt dat bewustwording belangrijk is. ‘Dat hoort bij verandering. Bij de Baalderborg Groep hebben we regelmatig bijeenkomsten met medewerkers over ethiek. We gaan in gesprek met elkaar over   technologie, of we dat goed of slecht vinden en waarom. Zo proberen we bij te dragen aan het omarmen van technologie.’

Vaste plek voor technologie

Daarnaast zou meer aandacht voor technologie op de opleidingen tot verzorgende of verpleegkundige goed zijn, zegt Medema. En zorginstellingen moeten techniek en innovatie een vaste plek geven in de organisatie, met alle randvoorwaarden die daarbij horen.

‘Veel is nu niet geregeld. Als een van de producten die wij uitlenen hapert, dan bellen medewerkers de afdeling ICT. Maar die kunnen daar niet over meedenken, omdat het niet een product is waar zij verantwoordelijk voor zijn. Dat soort randvoorwaarden en ondersteuning zijn wel belangrijk om technologie een vaste plek te geven in een organisatie. Technische toepassingen in de zorg zijn onontkoombaar. En ik hoop dat steeds meer instellingen dat ook zo gaan zien.’

Met de Innovatie-impuls, onderdeel van het programma Volwaardig leven, heeft het ministerie van VWS, de opdracht aan Vilans en AHD gegeven om zorgorganisaties te ondersteunen bij de implementatie van zorgtechnologie. Bewoners, cliënten, naasten en zorgmedewerkers worden hier nauw bij betrokken.. Ongeveer 30 zorgorganisaties doen mee aan de Innovatie-Impuls. In 2020 en 2021 gaan de zorgorganisaties aan de slag in groepjes (‘werkplaatsen’). In de werkplaatsen bespreken deelnemers een zorgthema en welke bestaande technische oplossingen hierbij te vinden zijn. De werkplaatsen krijgen ondersteuning van coaches en experts.